Conclusie van repliek op het verweerschrift van verweerder (N.S.P.S.)
Eiser stelt in
deze conclusie van repliek het
navolgende:
Dat:
-
Evaluatie
en bijsturing van de regelgeving juist en noodzakelijk zijn,
maar dat deze nooit en te nimmer een
terugwerkende kracht kunnen hebben, tenzij dit bij de
aankondiging van aanpassing van de regelgeving is
aangegeven en als zodanig ook aangegeven zijn bij de
besluitvorming.
-
Deze
aankondiging van een toe te passen terugwerkende kracht niet
is aangegeven in de najaarsvergadering in 2001, noch bij de
besluitvorming expliciet is aangegeven,
- De regels, vastgesteld door
de A.L.V., te beschouwen zijn als “wetten”,
zulks voortvloeiende uit het
Burgerlijk Wetboek, deel “Van de Verenigingen”
-
Het
bovenstaande – in combinatie met de primaire eis- duidelijk
aangeeft, dat in deze casus de hengst FIRO van BROUWHUIS op
die grond alleen al ten onrechte de deklicentie is
ingetrokken.
-
De
doelstelling onder 4 tweede stip van het verweerschrift
juist is, maar dus alleen kan gelden voor hengsten, die na
de bewuste A.L.V. van 13 april 2002 juist is, maar niet van
toepassing kan zijn op de hengst in deze casus, doch slechts
voor hengsten, die na 13 april 2002 voor het eerst tot de
dekdienst werden toegelaten.
-
De
aanvankelijke besluitvorming (alsdan tenminste advisering
van de Hengstenadviescommissie) waren gebaseerd op
onjuiste(onvolledige) gegevens, aangezien bij de eerste
berichtgeving van het Dagelijks Bestuur van het
N.S.P.S. aan eiser een lijstje
is toegezonden, waarop de gegevens van 2008 niet volledig,
dus onjuist waren weergegeven. Dit neemt niet weg, dat het
mogelijk was, dat men die gegevens nog niet voor handen had
(late opgave van dekgegevens door huurder,
danwel late verwerking in computer) Dit laatste is
dan ook correct weergegeven door
verweerder in zijn verweerschrift, maar kan dus vervelende
consequenties hebben voor de eiser.
-
Voor
wat betreft de laatste 3 regels bestrijdt eiser, dat
tenminste de hengstenadviescommissie in haar advies en de
primaire beslissing van het Dagelijks Bestuur onderbouwd
waren met alle gegevens betreffende deze hengst, zodat men
aldaar reeds fout zat;
-
Eiser
ontkent niet, dat het mogelijk is dat het secundaire besluit
van het Dagelijks Bestuur wel onderbouwd kan zijn met alle
gegevens, maar dan ontbreekt een tweede advies van de
Hengstenadviescommissie;
RESUMEREND:
De beslissing om de
deklicentie van FIRO van BROUWHUIS in te trekken per 2009 is
op diverse
gronden, zoals verwoord in de eis,
alsmede bovenstaande conclusie
van repliek ten onrechte geschied en dient dan ook door Uw
Commissie te worden vernietigd, waarbij het
dagelijks Bestuur de opdracht
behoort te krijgen, dat de deklicentie voor 2009 dient te
worden verleend voor deze hengst.
Met verschuldigde eerbied,
J.
Jansma,
Nieuwstraat
7
5314 BP
Bruchem
Dossiernummer: 2009-03
BINDEND
ADVIES
Van de Commissie van Beroep van het
Nederlands Shetland Pony Stamboek
in het geschil tussen:
J. JANSMA,
h.o.d.n. “Stal Weytendael”, wonende te 5314 BP Bruchem aan
de Nieuwstraat 7, hierna te noemen: Jansma
en
de vereniging Nederlands Shetland Pony
Stamboek, gevestigd te Zutphen, verder te noemen: NSPS.
Behandeling
van het geschil
Jansma heeft
beroep ingesteld tegen de besluiten van 28 oktober 2008 en 4
december 2008 van resp. het Dagelijks Bestuur en het
Algemeen Bestuur van NSPS om ingaande 2008 geen deklicentie
binnen de fokpopulatie van het stamboek meer te geven voor
de hengst Firo van Brouwhuis SB800817.
De Commissie van
Beroep heeft kennis genomen van de volgende overgelegde
stukken, deels op verzoek van Jansma door NSPS aan Jansma
toegezonden:
-
Ongedateerd Beroepschrift van Jansma, ten kantore van NSPS
op 19 januari 2009 ontvangen;
-
Brief van
28 oktober 2008 met bijlage van NSPS aan Jansma, houdende de
beslissing voor de hengst ingaande 2009 geen
deklicentie binnen de fokpopulatie van het stamboek meer te
geven;
-
Brief van
11 november 2008 van Jansma aan NSPS inzake intrekking van
de deklicentie;
-
Verweerschrift NSPS d.d. 4 februari 2009, met de volgende
bijlagen;
-
Overzichten met fokkerijresultaten (bijlagen 1 en 2);
-
Verslag
van de Algemene Ledenvergadering van 13 april 2002 (bijlage
3);
-
Richtlijnen I van het Keuringsreglement (bijlage 4);
Onderwerp van
het geschil
Jansma voert voor
zijn beroep twee stellingen aan, namelijk A. ten aanzien van
de regelgeving en B. ten aanzien van de advisering door de
hengstenadviescommissie.
Ad A stelt
Jansma:
1.
De hengst
is goedgekeurd voor de dekdienst in 1993 onder het toen
vigerende fokplan, in 1992 vastgesteld door de Algemene
Ledenvergadering van NSPS;
2.
In onder
“1” bedoeld fokplan is geen eindtermijn opgenomen voor wat
betreft het voldoen aan de getalscriteria zoals gesteld in
Richtlijnen I;
3.
Tijdens de
ALV van 13 april 2002 is een wijziging in onder “1” bedoeld
fokplan aangebracht, welke wijziging inhoudt dat na maximaal
vier jaar de situatie per hengst wordt beoordeeld, ook dat
ieder jaar de index opnieuw wordt berekend en dat aan de
hand van de berekening door de fokleiding een beslissing
wordt genomen;
4.
Gelet op
de onder “3” bedoelde wijziging, kan de goedkeuringstermijn
worden bekort, maar dat kan niet gelden voor die hengsten
die tot en met 2002 zijn goedgekeurd onder de werking van
het onder “2” bedoelde fokplan. Die wijziging in het fokplan
van 1992 kan slechts gelden voor hengsten die zijn
goedgekeurd voor de eerste maal na de wijzigingsdatum. Men
kan, zo stelt Jansma, de spelregels niet wijzigen tijdens de
wedstrijd;
5.
De
hengsten die voor 2003 zijn goedgekeurd onder het fokplan
van 1992 kunnen, zo stelt Jansma, niet vallen onder
bekorting van de goedkeuringstermijn;
Ad B stelt
Jansma:
6.
Door de
hengstenadviescommissie is bij de advisering deels uitgegaan
van onjuiste gegevens, wat zijn weerslag vindt in de
primaire beslissing van het Dagelijks Bestuur. In die
primaire beslissing is uitgegaan van het aantal dekkingen in
2007 en 2008, voor beide jaren: 0, terwijl de juiste
getallen waren: dekkingen 2007: 1, merrie is dragend
ge-exporteerd naar Finland, dekkingen 2008: 8;
7.
De hengst
staat nu weer in de belangstelling, omdat hij voor 2008 en
2009 is verhuurd aan de heer C. Jansen te Moerstraten, die
de verplichting op zich heeft genomen om de veulens etc. te
tonen op de premiekeuringen, zodat de hengst alsnog aan zijn
aantallen zal voldoen;
8.
Ten
aanzien van de getalscriteria refereert Jansma aan wat
daarover in Richtlijnen I is opgenomen:
“Indien vier jaar
na het afstammelingenonderzoek een onvoldoende aantal
afstammelingen van de hengst zijn beoordeeld om
duidelijkheid te verschaffen over de fokwaarden van de
hengst, maar de hengst wel in de belangstelling van de
fokleiding blijft staan, kan de deklicentie van de hengst
telkens voor een jaar worden verlengd tot het moment, dat er
een voldoende aantal nakomelingen zijn beoordeeld die een
definitieve beslissing omtrent de deklicentie van de hengst
rechtvaardigen. Voor hengsten waarvan, nadat ze uit een
vierjarige termijn zijn gekomen, gedurende vier jaar de
deklicentie telkens voor 1 jaar werd verlengd omdat ze niet
aan de getalscriteria voldeden, wordt na deze vier jaar een
tussenbalans opgemaakt. Van hengsten die dan een berekende
exterieurindex hebben die lager is dan 9,0 wordt de
deklicentie voor 1 jaar verlengd…….etc. en dan volgt een
deel dat op de situatie van toepassing is op hengsten die
zijn goedgekeurd m.i.v. 2003”;
9.
De hengst
Firo van Brouwhuis is de eerste bij welke men afwijkt van de
regels: “index boven 10 handhaven, index tussen 9 en 10
bespreken (in keuringsrichtlijnen, aldus Jansma, staat
zelfs handhaven (zonder uitzondering), Exterieurindex onder
9 deklicentie intrekken”;
10.
Jansma
stelt dat als het bestuur de beslissingen handhaaft, sprake
is van een onrechtmatige daad jegens hem, ook dat de
hengstenadviescommissie op basis van deels onjuiste gegevens
in het overzicht van de nakomelingen van Firo van Brouwhuis
een advies tot intrekking van de deklicentie van deze hengst
heeft afgegeven. De fokindex was 10,57, dus ruim boven de
vereiste 10. Het dagelijks en het algemeen bestuur hebben
het advies overgenomen, waarbij zij zijn voorbijgegaan aan
het feit dat de wijziging in de keuringsrichtlijnen van 2002
voor Firo van Brouwhuis niet kunnen gelden. De deklicentie,
aldus Jansma, is ten onrechte ingetrokken;
11.
Jansma
stelt dat als het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur
de hier aangevallen besluiten handhaven, er geen
rechtsgelijkheid meer bestaat en de hengstenhouder in
voorkomende gevallen afhankelijk is van willekeur;
NSPS voert,
samengevat, het volgende verweer:
13.
De
onderhavige hengst heeft per HK 1994 zijn eerste deklicentie
ontvangen onder het toen vigerende fokplan. Met verwijzing
naar de bijlagen 1 en 2 bij het verweerschrift, blijkt dat
in 1994 voor het eerst dekkingen (18) zijn geregistreerd en
dat vanaf 1995 de eerste veulens zijn gemeld (10). Het in
1992 vastgestelde fokplan is voor het eerst toegepast op
hengsten die vanaf de HK 1993 een eerste deklicentie
ontvingen. De hengst Firo van Brouwhuis behoorde tot de
tweede jaargang hengsten die onder het regiem van het
fokplan 1992 zijn gekeurd;
14.
De regels
van het fokplan zijn regelmatig geëvalueerd en soms
bijgesteld, bijv. in 2002 . Toen heeft evaluatie geleid tot
het besluit van de ALV van 13 april 2002 om een limiet te
stellen aan het steeds maar blijven verlengen van een
deklicentie in gevallen dat door een hengst niet wordt
voldaan aan gestelde criteria en het aantal nakomelingen dat
wordt aangeboden op premiekeuringen. Besloten werd bij
hengsten die 4 jaar na het verstrijken van de vierjarige
termijn nog niet voldeden aan de getalscriteria, de
deklicentie in te trekken indien de berekende fokindex
minder dan 9 is. Indien de fokindex op dat moment 9 of hoger
is, kan voor maximaal 4 jaar de licentie worden verlengd om
alsnog aan de getalscriteria te voldoen. Zakt in deze
verlengingsjaren de fokindex onder het niveau van 9, dan
wordt de deklicentie in dat jaar alsnog ingetrokken. Na
maximaal 4 jaren moet er op grond van dan beschikbare
gegevens over de gerealiseerde aantallen een definitief
besluit worden genomen. Dit besluit van de ALV is vastgelegd
in Richtlijnen I van het Keuringsreglement;
15.
Per HK
2009 gold o.a. voor de hengst Firo van Brouwhuis dat op
basis van het geldende fokplan 1992 het maximale aantal
verlengingsjaren (2 x 4 jaren) is bereikt en dat er een
definitief besluit moest worden genomen. De onderhavige
hengst voldeed op één of meer punten niet aan de
reglementair gestelde getalscriteria, zodat de deklicentie
ingaande 2009 is ingetrokken;
16.
De
stelling van Jansma dat het in 1992 genomen besluit tot
maximalisering van het aantal verlengingsjaren niet zou
gelden voor hengsten die vòòr 2002 reeds een eerste
deklicentie hadden onder de voorwaarden van het fokplan
1992, snijdt volgens NSPS geen hout, omdat in bedoeld
besluit geen voorbehoud is gemaakt voor hengsten die in 2002
of eerder een deklicentie ontvingen, ook dat het doel van
het maximaliseringsbesluit was om niet “oneindige”
tijdelijke verlengingen te verstrekken en theoretisch
(samengevat) tot in lengte van jaren met verlengingen te
moeten werken zonder definitief besluit;
17.
De
besluitvorming, stelt NSPS, heeft plaatsgevonden op basis
van de beschikbare actuele gegevens. De stelling van Jansma
dat is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens is
niet correct. De meeste gegevens over de dekkingen in 2008
worden vaak pas in de loop van oktober en november
aangereikt. Na verwerking in de administratie worden de
getallen en resultaten geprint. Afhankelijk van de
printdatum zijn de gegevens meer of minder compleet voor dat
jaar.
18.
NSPS stelt
dat overigens de dekgegevens geen rechtstreekse rol spelen
bij de beoordeling van de fokkerijresultaten. De beoordeling
moet reglementair worden gebaseerd op het aantal aangevoerde
nakomelingen op keuringen en bij stamboekopnames en over
behaalde resultaten bij keuringen. Die gegevens zijn volgens
de bij reglement bepaalde richtlijnen bepalend voor de
besluitvorming over de verdere fokkerijcarrière van een
hengst. Er wordt niet geadviseerd of beslist voordat alle
keuringsgegevens van nakomelingen voor dat jaar zijn
verwerkt;
Beoordeling
van de grieven van Jansma
Gelezen de
stukken, heeft de commissie het volgende overwogen:
De commissie
stelt vast, dat in de beslissing van NSPS d.d. 28 oktober
2008 een verschrijving staat. Waar staat dat ingaande 2008
geen deklicentie meer wordt gegeven, had het jaartal 2008
moeten zijn: 2009.
A.
Ten
aanzien van de regelgeving:
Niet in geschil
is dat de tijdens de ALV van 13 april 2002 aangebrachte
wijziging in het fokplan beoogde een limiet te stellen aan
het steeds maar verlengen van een deklicentie in gevallen
waarin door een hengst niet wordt voldaan aan gestelde
criteria om (opnieuw) een deklicentie te krijgen. Met dat
doel, de limietstelling, verenigt zich niet dat hengsten die
vòòr de wijzigingsdatum zijn goedgekeurd, buiten de
limietstelling zouden vallen. Dat is zo’n belangrijke
uitzondering op de algemene regel van de limietstelling, dat
de leden zich daarover tijdens de ALV van 13 april 2002
hadden moeten uitspreken. Blijkens de notulen is dat niet
gebeurd.
Gelet op het
bovenstaande, passeert de Commissie de stelling van Jansma
dat de hengst Firo van Brouwhuis buiten de wijziging van 13
april 2002 zou vallen.
B.
Ten
aanzien van de (on)juistheid van de gegevens van de
hengstenadviescommissie:
Niet in geschil
is dat de fokindex van de hengst Firo van Brouwhuis 10,57
is. Kern van de vraag is, waarom desondanks voor bedoelde
hengst geen deklicentie meer is gegeven. De commissie is van
oordeel dat dit ten onrechte niet is gebeurd, op grond van
het volgende:
NSPS gaat er van
uit dat bedoelde hengst èn aan de fokindex moest voldoen
(getal boven “10”) èn aan bepaalde getalscriteria om te
worden goedgekeurd. Ten onrechte, omdat nergens staat
genoteerd dat op grond van bepaalde minimumaantallen en op
welk tijdstip, moet worden afgekeurd. Zolang over dat
tijdstip niets is opgenomen in de Richtlijn I, is er op dat
punt een onduidelijkheid die niet ten nadele van de eigenaar
van een hengst mag strekken.
De commissie is
van oordeel dat de feitelijke situatie nu is dat de hengst
Firo van Brouwhuis als (tijdelijk) goedgekeurd moet worden
beschouwd voor de periode van een jaar, telkens met een jaar
te verlengen, totdat hij aan de vereiste aantallen
nakomelingen heeft voldaan. Op dat moment zal een definitief
besluit moeten worden genomen.
Gelet op dit
oordeel, komt de commissie niet meer toe aan de overige
(delen van) stellingen van Jansma toe.
Beslissing
De commissie
vernietigt het besluit van NSPS om de hengst Firo van
Brouwhuis ingaande 2009 geen deklicentie binnen de
fokpopulatie van het stamboek meer te geven en beslist dat
de hengst als (tijdelijk) goedgekeurd moet worden beschouwd
voor de periode van een jaar, telkens met een jaar te
verlengen totdat hij aan de vereiste aantallen nakomelingen
heeft voldaan waarna een definitief besluit moet worden
genomen.
De commissie
bepaalt dat door Jansma betaalde procedure kosten, door NSPS
aan hem dienen te worden terugbetaald.
Aldus beslist
door de CvB van het Nederlands Shetland Pony Stamboek,
bestaande uit:
Mr. K. Woud,
voorzitter
J. van Beek, I.
Bos, drs. J.C.M. van Dijck, J.G.W. Kuipers. Leden,
De handtekening
van het commissielid J.G.W. Kuipers ontbreekt door verblijf
in het buitenland. Hij kent de inhoud van het bindend
advies en heeft zich daarmee telefonisch jegens de
voorzitteer akkoord verklaard.
Zutphen, 20 maart
2009
Uit de beslissing op het
bezwaarschrift blijkt, dat de commissie van Beroep van
mening is, dat door de ALV op
13 april 2002 bij de aangebrachte wijziging in het
fokplan had moeten bepalen, dat hengsten, die voor die
datum goedgekeurd zijn eveneens onder die regeling
moeten vallen en nu dat niet gebeurd is zij( de
commissie) van mening is, dat men dan kan stellen, dat
zij de stelling van eiser kan passeren, dat de hengst
FIRO van Brouwhuis buiten deze regeling zou vallen.
Hier gaat de commissie
juridisch al de fout in. Zij had moeten constateren, dat
de gewijzigde regels (13-4-2002) alleen mochten worden
toegepast voor hengsten, die voor het eerst werden
goedgekeurd na de wijzigingsdatum (22-4-2002).
De hengsten, die voor die
datum voor het eerst werden goedgekeurd vielen nog onder
de oude regeling.
Uit de beslissing van de
Commissie valt op te merken, dat de commissie de
zogenaamde teleologische uitleg wil volgen,
hetgeen op zich ook juist kan
zijn, maar dat nooit een terugwerkende kracht kan
hebben.
Het is in wet- en
regelgeving een doodzonde als men regels opstelt met een
terugwerkende kracht, als door die regels personen en/of
zaken in een (niet)voorzienbare benadeelde positie
komen.
Bij de eerste goedkeuring
van Firo was deze situatie
niet te voorzien.
Vandaar, dat men de
spelregels niet tijdens de wedstrijd mag wijzigen.
Het had de commissie
gesierd, als zij dat standpunt duidelijk hadden
onderschreven.
Verder dient als
kritiek-punt te worden
opgenomen, dat de commissie niet is ingegaan op de
Conclusie van Repliek.
Ondanks de voor eiser
gunstige uitspraak heeft hij daarnaast nog een paar
aandachtspunten voor het Bestuur van het
NSPS.
-
De integriteit van de
leden van de commissie wordt door eiser niet
betwist, maar is deze commissie wel echt
onafhankelijk?
-
Om alle schijn van
afhankelijkheid teniet te doen, dient m.i. de
commissie voor tenminste
de meerderheid te bestaan uit personen, die niet
stamboek gebonden zijn.
-
Is er een reglement
van orde voor deze commissie? Zo ja, dan dient
deze openbaar gemaakt te
worden, zo niet, dan dient deze alsnog vastgesteld
te worden.
-
In dat reglement, kan
dan meteen opgenomen worden. Dat de besluiten van de
commissie slechts behoeven
te worden ondertekend door de voorzitter en de
secretaris. Dit bevordert wel een snelle afwerking.
Tot slot nog dit:
Het zal niet zoveel
voorkomen, maar enkele gevallen zoals bij
Firo verwacht ik wel.
Ik hoop, dat het Bestuur
van het NSPS dan op een correcte manier met
die”probleemgevallen” omgaat .
J.
Jansma